Gebruik: Van oorsprong
gebruikt door boeren voor het doden van ongedierte en andere
klusjes op de boerderij. Ook gebruikt voor de jacht op dassen en
otters.
|
Korte geschiedenis: De
geschiedenis van de Irish Softcoated Wheaten Terriėr is tamelijk
vaag door hun nauwe verbondenheid met de andere Ierse terriėr
rassen. Die van de Wheaten is waarschijnlijk de oudste van de
vier. In geschriften van 200 jaar terug wordt al gesproken over "soft-coated"
honden. De verwantschap met de moderne Ierse Terriėr, alhoewel
niet goed gedocumenteerd, lijkt het resultaat geweest te zijn van
doelbewuste kruisingen. De Wheaten heeft dus waarschijnlijk
tamelijk gevarieerde voorouders. Ondanks de lange geschiedenis van
de Wheaten werd de Softcoated Wheaten pas in 1973 officieel erkend
door de Ierse Kennel Club. Het ras is sindsdien gestaag in
populariteit gegroeid en thans wereldwijd bekend.
|
Algemene verschijning: Een
geharde, actieve hond met een korte ledenpartij, goed gebouwd, een
indruk van kracht gevend. Niet te hoog en niet te laag op de
benen.
|
Gedrag / Temperament:
Levendig en dapper. Goedgehumeurd. Zeer
aanhankelijk en trouw aan zijn eigenaren. Hoogst intelligent. Een
betrouwbare, trouwe vriend, verdedigend maar niet agressief.
|
Hoofd:
Over het geheel krachtig zonder grof te zijn. Hoofd
lang, in goede verhoudingen tot het lichaam.
Het haar van dezelfde kleur als op het lichaam.
Schedel: Vlak tussen de oren, niet te breed.
Stop: Duidelijk.
Neus: Zwart en goed ontwikkeld.
Snuit: Niet langer dan de schedel.
Kaken: Sterk en goed sluitend.
Tanden: Groot, regelmatig, schaar-of tanggebit, nooit
onder- of bovenbijtend.
Wangen: Geen duidelijk zichtbare botten.
Ogen: Donker, donker hazelnoot, niet te groot, niet
uitpuilend, goed geplaatst.
Oren: Klein tot middelgroot, naar voren gedragen in een
lijn met de schedel. Donkere onderlaag op het oor toegestaan en
niet ongewoon, vergezeld van een lichtgekleurde beharing er
overheen. Dit is het enige gebied waar ondervacht toegestaan is.
Rozen of "gevouwen" oor verwerpelijk.
Hals: Middelmatig lang en sterk, maar niet te zwaar. Zonder
keelhuid.
|
Lichaam:
Niet te lang. Lengte van schoudertoppen tot de
staartaanzet ongeveer evenveel als van grond tot de schoft.
Ruglijn: Krachtig met een vlakke bovenbelijning.
Lendenen: Kort en krachtig.
Borstkas: Diep met goed gewelfde ribben.
|
| Staart:
Goed aangezet, niet te dik. Vrolijk gedragen maar nooit over de
rug. Gecoupeerd tot op tweederde van de totale lengte voor zover
dit in overeenstemming is met de verhoudingen tot het lichaam.
Ongecoupeerde staart is toegestaan. |
Voorhand:
Schouders: Fijn, goed schuin aanliggend en gespierd.
Voorbenen: Vanaf elke kant gezien volkomen recht. Stevige
botten en goed gespierd.
|
Achterhand:
Goed ontwikkeld met krachtige spieren, gespierd.
Dijen: Krachtig gespierd. Knie: Gebogen.
Spronggewricht: Goed laag, noch naar binnen noch naar buiten
draaiend.
Wolfsklauwen dienen verwijderd te worden.
Voeten: Klein en goed gesloten. Nagels bij voorkeur zwart,
andere kleuren ook toegestaan.
|
Gangwerk:
Bij het komen en gaan moeten de benen zich in een
rechte lijn naar voren en naar achteren bewegen. Goed aangesloten
ellebogen. Van opzij gezien een vrije, soepele, harmonische gang.
|
Vacht:
Een hond met een enkele vacht die zacht en
zijdeachtig aanvoelt, niet hard. Uitzondering hierop zijn jonge
honden. Trimmen is toegestaan.
Getrimde honden: Kort geknipt bij de hals, borst en schedel, lang
gelaten boven de oren en bij de onderkaak. Baard goed ontwikkeld.
Overvloedige bevedering aan de benen. Het lichaam wordt zodanig
getrimd dat de contouren goed zichtbaar zijn, maar niet
gemodelleerd. Staart kort getrimd en netjes taps toelopend.
Ongetrimde honden: De lengte van de vacht dient de 12,7 cm. niet
te overschrijden. Zacht, gegolfd of met losse krullen met een
zijdeglans. Onder geen voorwaarde dient de vacht uit te staan
zoals bij de poedels of bobtail. Dergelijke honden dienen
achtergesteld te worden daar zij een verkeerd beeld geven van type
en ras.
Bijzondere aandacht dient gegeven te worden aan de puppyvacht.
Pups worden zelden geboren met een juiste vacht, men dient
voorzichtig te zijn aangaande de beoordeling van de vacht. Pups
gaan door verschillende stadia van kleur en structuur alvorens zij
de juiste volwassen vacht krijgen. Dit bereikt men meestal tussen
de leeftijd van 18 maanden en 2,5 jaar.
|
Pups:
Zelden geboren met de juiste kleur en
haarstructuur. De kleur van pups kan zijn roodachtig, grijsachtig
en soms helder tarwekleurig. Vaak met een zwart masker. Soms met
een zwarte aalstreep of zwarte haarpunten op het lichaam.
Deze
zwarte tekening verdwijnt tijdens de groei.
|
Kleur:
Elke schakering van lichttarwe tot een roodgouden tint.
|
Formaat en Gewicht:
Schofthoogte: reuen 46-48 cm. teven iets kleiner. Gewicht: reuen
18-20,5 kg. teven iets minder.
|
Fouten:
Iedere afwijking van hiervoor genoemde punten dient
als foutief gezien te woeden. De beoordeling van de fout moet in
verhouding met de graad van de afwijking staan.
"Nerveusiteit , Agressief "
"Neus anders dan zwart "
"Ondervoorbijt, Bovenbijter "
"Een volwassen vacht die niet geheel zuiver tarwekleurig is "
|
Diskwalificerende fouten:
"Gele ogen""
"Doffe, dikke, wollige of katoenachtige haarstructuur "
"Witte vacht, bruine vacht "
Honden met een van bovenstaande diskwalificerende fouten dienen
nooit te worden gebruikt als fokdier.
|
N.B. Reuen moeten twee
ogenschijnlijk normale testikels hebben die volledig in het
scrotum zijn ingedaald.
|